vrijdag 10 februari 2017

De elite vervloeken



Een goede reden om gymnasium te kiezen is dat het je cv siert en dat de vetbetaalde banen voor het grijpen liggen. Als je echter in de bovenbouw wil belanden, dan moet je karakter hebben. Blijkbaar vindt de samenleving het belangrijk dat de elite niet alleen financieel wordt beloond, maar ook beschikt over karakter. En net als in de Oudheid toont die samenleving dat door die elite fel te bekritiseren en zo nu en dan zelfs uit te schelden. Daarvoor hadden de Grieken de tragedie uitgevonden. Hoofdpersoon is steevast een leider die met zijn arrogante gedrag een vloek over de samenleving verspreidt. De cultuur raakt verziekt en de vloek moet worden uitgebannen.

‘Niet op bezit kun je bouwen, maar op karakter’. Dat was volgens de twee acteurs van gezelschap Aluin de kern van Elektra, de beroemde tragedie in de versie van Euripides. Twee acteurs maar?? Ja, onze opera’s en films hebben hun oorsprong in de tragedie, maar dat genre begon ooit als koorzang zonder acteurs, en later kwamen er mondjesmaat acteurs, een, twee, later nog een derde. Ze speelden niet zelden dubbelrollen. Aluin speelt zelfs zonder koor. De koorteksten worden overgeslagen of uitgesproken door de acteurs.

De bovenbouw van het gymnasium zat verplicht maar geboeid te kijken. Een ijverige leerling die haar buurvrouw fluisterend uitleg gaf werd door de acteurs verzocht daarmee te stoppen en deed dat meteen. In het stuk ging het er ruig aan toe. Hoogtepunten waren de scène waarin Elektra overgaf over het vermoorde lichaam van haar stiefvader en de moord op haar moeder die ze overliet aan haar broer.

Na afloop gaven de acteurs uitleg. De mannelijke acteur vertelde hoe moeilijk het was om de moederrol te spelen, waarvoor hij naturel op naaldhakken moest leren lopen. En met opgetogen gezicht trok de vrouwelijke acteur een parallel met de moorden door scholieren op Columbine. Je kunt je eenzaam voelen, maar de trigger van de moord was de klik tussen twee scholieren, net als Elektra met haar broer. Dan worden gedachten omgezet in actie. Wij houden het maar even bij deze gedachten….

 

zondag 5 februari 2017

Veel films

Het gaat uiteindelijk niet om wat je ziet maar om hoeveel. Vandaag heb ik bij filmfestival Rotterdam vier films gezien, maar het hadden er ook zes kunnen zijn. En een collega op mijn school zit al maanden richting de duizend maar blijft om redenen van eerlijkheid en andere hangen rond de duizend.

In al die films zie je ongelooflijk veel rode draden, thema's, correspondances, noem maar op noem maar op.
Zo zijn er het contact met je verwekker (m/v) nadat je hem/haar gevonden hebt. Maar vergis je niet, die vader of moeder staat ergens voor, voor de wens om alles te controleren/ overzien (overzien) versus het moment dat niets meer wordt overzien. Wat valt het dan tegen dat vader niet eens thuis is, twee uur later in haast arriveert maar niet meer biedt dan antwoorden, tegenvragen, een fijne kamer met de juiste handdoeken. Overigens, de actie was al volstrekt geneutraliseerd door de veelheid van uitwisselingen, verwisselingen van feit en fictie, ansichtkaarten en terugverwijzingen naar literaire schemergebieden (Midsummernight Dream, Belië notsji).

Op de terugweg werd mijn ervaring bevestigd. Zoveel sporen en perrons in Utrecht, zoveel hoofden en gezichten. Nu weet ik ook weer waarom al die gezichten in de films van vandaag zo close up genomen werden, zo perfect toegesneden op de situatie naargelang.

Al die veelheid brengt neutraliteit teweeg, cela va sans dire, natuurlijk. Maar al die veelheid roept ook weer unieke, persoonlijke reacties op. Op elke meter komt weer een nieuwe spontane, nieuwe reactie op iets me tegemoet. Elke massa bestaat uit volstrekt unieke individuele ervaringen, geluiden, uitingen.

Hoe wonderlijk. Iedereen op zoek naar zijn vader of moeder. Iedereen vindt wat hij zoekt, een unieke vader of moeder. Die dus anders is dan verwacht, en daardoor jijzelf ook.

Afbeeldingsresultaat voor menigte


zondag 29 januari 2017

Subtiliteit

Hoe subtiel het kan zijn met een compliment.

Het maakte indruk op me, die jurk met rafelrandjes. Het was mijn stad, heel lang, waarvan de winkel overbleef met 'rags'. Je vermoedt een hele geschiedenis, en het kan ook wel een stootje hebben. Nederlandse mode, stevig en subtiel.

Na een halve zin werd ik wakker geroepen. Hé, hou eens op met dat compliment!

Tja, ik was even vergeten dat ze die stoel schampte die de extra rafel mee trok, die rafel teveel.

Afbeeldingsresultaat voor j c rags

woensdag 11 januari 2017

De schoonheid van Nocturnal Animals

Het is altijd fijn, maar ook een beetje moeilijk, om naar Amerikaanse films te kijken. We zijn met name bang voor het moralisme. Bang, omdat we niet goed weten wat we ermee aan moeten. Het moralisme is net iets te cliché om ons te overtuigen. Aan de andere kant heeft Trump gewonnen, een 'nocturnal animal'. Dan komen we - als goed ontwikkeld Europees mens - in een stadium waarin we inzien hoe dicht beide bestaansvormen van de mens over elkaar heen hangen. Om de strijd aan te gaan met 'nocturnal animals' moet je er eigenlijk zelf een worden. Met als collateral damage dat je ook nog eens een mens bent die het daglicht kan verdragen en anderen mag vertellen dat ze 'de strijd met zichzelf moeten aangaan' en dat soort goedemensentaal.

Je begrijpt dan in elk geval weer een stukje beter waarom Trump gewonnen heeft. Als nocturnal animal weet hij hoe je de strijd met andere nocturnal animals moet voeren. Hij kan het namens jou doen.

Er blijft echter nog een probleem over bij deze natte Amerikaanse droom. Hoe ontregel je de moderne kunst minnende mens zo dat hij zijn veilige omgeving verlaat? Dat zij eindelijk weer iets gaat voelen en ook de strijd met zichzelf aangaat?

Regisseur Tom Ford zal het probleem van binnenuit kennen. Hij was zelf modeontwerper van Gucci en Yves Saint Laurent. Daar deed hij à la Jef Koons zijn best om de mensen te ontregelen met omstreden en seksueel geladen campagnes. En nu probeert hij met zijn films iets soortgelijks, maar dan met een hoger moreel doel en voor een breder publiek.

Het probleem wordt er niet kleiner op. Hoe kan deze film tot mij doordringen, met mijn Europese Bildung? De recensenten signaleren soms het probleem. Maar Barend de Voogd in Filmkrant komt niet verder dan te constateren dat Tom Ford niet verder komt dan het wekken van verwachtingen die hij niet inlost.

Misschien zit hier toch nog een of andere crux in verborgen. Die crux zou wel eens kunnen liggen in het belang van artistieke pretenties die niet worden waargemaakt. Wij denken dat de film ons wil overtuigen van de moraal van 'de strijd met jezelf aangaan', de moraal van Edward in de film. We griezelen bij de gedachte dat Susan gewoon een kopie wordt van haar moeder. We interpreteren het trillen van haar oogleden op het einde als een twijfel die we graag interpreteren als het effect van Edwards levensverhaal op Susan.

Maar zelfs dan vergeten we te makkelijk wat Susan (al dan niet imaginair) tegen Edward had gezegd: hij moet zijn boek iets beter schrijven.

De betekenis van de modern-esthetische levensvorm kan zijn dat je afstand bewaart tot de nocturnal animals, maar zonder valse illusies. Je laat je opschrikken door monsters die af en toe opduiken, in je slaap, op je mobiel. Je bent ook altijd bezig zelf een nocturnal animal te worden. Maar het hoeft niet noodzakelijk de vorm aan te nemen van een wraakfantasie. Er zijn ook andere levensvormen denkbaar. Het kan ook anders aflopen. Je kunt het ook anders zien.

Vannacht hield Obama zijn afscheidsspeech. Mooie woorden, zullen velen denken. Maar tragisch dat hij er zo weinig mee bereikt. Misschien, denk ik, fantaseer ik, heeft Obama gekeken naar Nocturnal Animals en gedacht: dit is wat ik kan doen, mooie woorden uitspreken. Dit is wat nu telt in Amerika en in de wereld. Sprekend over zijn Michelle pinkt hij weer even zijn traantje weg. Precies op het juiste moment. Dat is wat nu telt.

Afbeeldingsresultaat voor nachtdier

vrijdag 6 januari 2017

Parijs maakt het leven draaglijk (Frantz, Manet, Hemingway, Camus)

Een best wel ontroerende film van François Ozon. Hij gaat over een Duitse jonge vrouw in het Oost-Duitse stadje Quedlinburg vlak na de Eerste Wereldoorlog. Ze heeft haar verloofde Frantz verloren, die is gesneuveld in de loopgraven. Dan duikt een Fransman op die Frantz gekend heeft. Wat ligt er meer voor de hand dan dat Adrien de plaats inneemt van Frantz en dat het stel samen de oorlog achter zich laat?

Nee, we weten wel beter. Je kunt verwachten dat de omgeving zal protesteren, dat ze het zelf ook nog niet zo goed weten. Het zijn wel mooie, sympathieke mensen, maar het is toch de vijand, nietwaar?

Nog voor ik deze film kende was ik begonnen te lezen in 'Parijs is een feest' van Hemingway. Het verblijf van de schrijver speelt zich even na de periode van de film Frantz af, alles begint weer op te leven. De Engelse titel luidt A Moveable Feast, en de naam Parijs van de Nederlandse vertaling lijkt nog in de koffer te zitten. Maar hoe dan ook, de titel van Hemingway zou je met een ietsiepietsie fantasie kunnen loslaten op de film Frantz. Sta me toe de titel even als schijnwerpertje op de film in te zetten.

Anna, de Duitse vrouw, komt terecht in Parijs en belandt door een tip van Adrien voor een schilderij van Manet, Le suicidé. Dat schilderij komt ze elders nog eens tegen in verband met Adrien. Het heeft geen deprimerende werking op haar, het geeft haar de mogelijkheid op te leven. Je zou dit schilderij 'het draagbare Parijs' kunnen noemen omdat je de essentie van deze stad erin ziet samengebald. Het leven is ondraaglijk geworden, je bent uitgefeest. Dan maak je je van kant en valt achterover op bed. Hè gelukkig, het hoeft niet meer, we zijn in één klap bevrijd van alle sociale verplichtingen en alle moeizame geworstel met de liefde.

We weten evengoed dat het leven doorgaat. Het treinverkeer hervat de dienstregeling tamelijk snel na het ongemak van de 'aanrijding met een persoon'. Iemand trekt ons uit het water als we er net zijn ingelopen. In 1942 schrijft Camus zijn mythe van Sisyphus. De zelfmoord is een fase in ons leven, wellicht de meest creatieve. Of, althans, de gedachte eraan maakt ons leven draaglijk.

Dit Parijs is geëxporteerd en heeft opnieuw de wereld veroverd. Via het kruipgat van Le suicidé horen we het geritsel van de lentebladeren, lezen we Verlaine met andere ogen, gaan we Proust en Hemingway lezen. We horen de Fransen met starre ogen en verbeten bek de Marseillaise brullen. Nee, beter gaat het niet worden. Maar Parijs gaat niet meer uit ons hart.

Afbeeldingsresultaat voor manet le suicide

zaterdag 24 december 2016

Toon Hermans

Het is erg grappig om sketches van Toon Hermans terug te zien. Regelmatig lig ik in een deuk. Nee, echt, wat kan die man goed spelen. Neem bijvoorbeeld die sketch met Benny. Niet zo beroemd als de sketch met Johnny die het tennisracket moet halen. Maar wel goed, erg goed. Je bent getuige van een staaltje vriendelijke vernedering waarmee Toon Paul de Leeuw en Hans Teeuwen evenaart, zo niet overtreft. Tegelijk zien we onvervalste slapstick wanneer de stoel en de microfoons worden doorgegeven.

Voor mij is het hoogtepunt toch wel het vervolg, waarin Toon klassiek gaat zingen. Het lijkt alsof de zang met hem op de loop gaat. Ook de verschillende talen gaan met hem op de loop. Zogenaamd dan hè? In werkelijkheid, want dat weten we, is alles helemaal uitgedacht en gecontroleerd. Die paradoxen zijn ons vertrouwd geworden. Maar het wil er bij mij niet in dat het publiek dat destijds niet doorhad. De mensen wisten op hun manier wel degelijk dat Toon alles onder controle had. Maar aan de andere kant, datgene wat hij onder controle had was in de kern die ervaring dat de dingen met je op de loop gaan, de gebaren, de talen, de muziek, de lach ook, niet te vergeten.

Het leuke aan die heel oude sketches is dat we de humor van die mensen van toen eigenlijk niet meer delen. Daardoor krijgen ze een Kees Prins-achtig vernis. Je hoort Toon zinnen herhalen en dan hoor je eigenlijk Kees Prins al. Je ziet brave vrouwen van de economische opbouw in de jaren vijftig met hun mantelpakjes van hun stoel rollen van het lachen. Ja, ze rollen echt van hun stoel van het lachen. En dat zie je. En eigenlijk om niks. Wat Toon daar doet, is te lang en breed uitgesponnen. Dat zou nu echt niet meer zo kunnen. Maar toch lachen die vrouwen zich krom. Misschien wel omdat ze verder geen lol hadden in hun dagelijks leven, dat zou kunnen. Heel vaag weten we dat nog, mensen van mijn leeftijd en nog ouder. De lange slepende zondagen, de saaie lessen op school, de verveling. En dan komt Toon en die hoeft maar met zijn vingers te knippen of een raar loopje te doen.

Maar jongens, ook dat weer, dat is niet zomaar iets! Het heeft met timing te maken, en niet te vergeten zelfinschatting. Je moet weten met welke middelen je iets op welk moment kunt bereiken. Doe je dat met een vingerknip op het moment dat iemand op het punt staat te lachen, dan is dat alleen maar extra mooi. Tenminste, dat vind ik. Ik vind dat extra mooi, die combinatie van lef en beheersing.

Ook bijzonder aan die sketch met Benny: Toon onderbreekt zijn zang en zijn minispeeches precies op tijd door zelf in lachen uit te barsten. Daarmee maakt hij ons duidelijk dat het allemaal maar flauwekul is. En tegelijk maakt hij ons in een beweging door duidelijk dat hij bereid is alle rollen op zich te nemen. hij suggereert dat hij met zijn controle niet alleen zichzelf controleert, maar ook ons en eigenlijk de hele wereld erbij. Ja, ook zijn kinderen thuis, Maurice en Gaby, die zitten ook te kijken, zegt Toon, en zien Papa op tv. Dus o ja, Toon was ook nog Papa. Speler, publiek, vader, werker, beschouwer en relativeerder van de politiek, zelfs door die te verzwijgen, wat nog krachtiger is dan Wim Kan, die precies het omgekeerde doet, alles benoemen en zichzelf daardoor tot slaaf maken van de politieke leiders. Toon wat was jij almachtig zeg! Allemachtig wat was jij almachtig!

Nee, maar nog steeds. Ik kan nog steeds vreselijk lachen om die man. En iets van zijn glorie straalt af op mij. Op tv was vorige week Karin Bloemen, die met haar autootje de sporen van de jonge Toon in Limburg volgde. Ze kwam terecht bij het Patronaatsgebouw in Heerlen, aan de Sittarderweg. Mijn buurt! Het gebouw naast onze kerk en het Hofke van Sint Antonius, nomen est omen. Daar had Toon zijn eigen optreden geregeld toen hij zestien was, nog voor de oorlog. Zo heeft Toon het tapijtje voor me uitgerold en deel ik een beetje in zijn almacht. En via deze blog mag u daar ook weer in delen.

Maar ik heb het graag voor u geschreven!

Afbeeldingsresultaat voor patronaatsgebouw heerlen

vrijdag 7 oktober 2016

De vergoddelijking van Elle

Het voordeel van de film Elle is dat je geleid wordt door scènes met een onmiddellijke impact. Laat dat maar aan Paul Verhoeven over. Zeker als je vijftiger bent is het een genot om ook de laag die vlak onder de oppervlakte schuilgaat te herkennen. Een of twee recensies lezen en het wordt glashelder. Geweld, vleugje humor, alledaags met groteske intermezzo's. Allemaal in dat voor film nog steeds fascinerende tussengebied: Europees maar toegeschreven naar Amerikaans publiek. Amerikaanse middelen gebruikt voor het Europese genre. Denk aan Wim Wenders, Woody Allen.

Al kijkend, lezend, pratend met vrienden, voelde ik me onder druk gezet een paar beslissingen te nemen. Was de film nu subtiel of niet? Was de film rijk gevuld of saai? Moest ik hem vergelijken met Hollywood, de Arthouse of de Nederlandse kalveren? U weet, ik ben niet zo van de oordelen, meer van de prijzingen. Ik moet me onder deze druk dus staande houden zonder te beslissen.

Bij elk stukje dat ik in deze blogserie schrijf probeer ik een aspect van het prijzen te belichten. Daarvoor hoef ik nooit lang te zoeken. Ik prijs iets dat allang door anderen geprezen is, ik prijs iets waarin geprezen wordt. Naast die analytische inslag schaam ik me er ook niet voor zaken op te hopen, 'to put things on top of other things', zoals de society die ooit bij Monty Python figureerde. Misschien ook daardoor voel ik een zekere verwantschap met de barokke inslag van Verhoeven: 'more is more', zoals de NRC het uitdrukt.

Maar barok, dat is ook dramatiek en chiaroscuro. Door het donker wordt het licht lichter.
Het meest in het oog springt Elle zelf, dat wil zeggen Michèle, maar wellicht ook Isabelle Huppert, Isabelle Huppert die Isabelle Huppert speelt. Bijvoorbeeld in de scène waarin ze haar vocht wegveegt met een tissue die ze weggooit, daarmee verwijzend naar La pianiste, maar op haar manier ook Basic Instinct hernemend. Deze Elle draagt dus de signatuur van Verhoeven zelf, zoals we hem kennen van zijn uitspraken en herinneringen aan Sharon Stone. Verhoeven showt ons zijn godin, onze godin. Er is bijna geen scène van Elle waarin Huppert niet figureert. Het is kijken, adoratie, prijzing.

Misschien neemt Verhoeven ons via overbuurman Patrick mee in een fantasie, zijn fantasie, wie weet ook onze fantasie. We willen niet dat Huppert zich aanbiedt, we willen dat ze weerstand biedt als we haar veroveren. Zo wordt de verkrachting haast een metafoor voor de verovering van de Franse Arthouse door Verhoeven. Een verovering die zeker niet hoeft te leiden tot succes, waardoor in zekere zin ook begrijpelijk wordt waarom Elle geen prijs heeft gekregen in Cannes. Het succes wordt misschien wel groter wanneer het object van verovering uiteindelijk overleeft en de verkrachter zelf het loodje legt. In de adoratie van Elle verhoogt de regisseur/verkrachter/kijker zichzelf tot een god.

Het wordt zo langzamerhand tijd het Jezusboek van Verhoeven te lezen. Eens kijken wat hij zegt over de overschaduwing van Maria door de Allerhoogste. Misschien gaan we dan ook het Evangelie anders lezen, minder als mysterie maar eerder als verhoging. Maria die wordt vernederd en juist daardoor verhoogd. Vervolgens staat ze bij het kruis waarboven haar Zoon zich verheft op een parodische manier, als de God die zelf het loodje legt. En vervolgens weer via de vader-zoonrelatie opgeheven wordt ten hemel. Zoiets hoop ik te lezen in Verhoevens Jezus.

Afbeeldingsresultaat voor maria annunciation