zaterdag 28 februari 2015

Force majeure

Dit was de titel van Turist voordat deze Zweedse film zijn huidige naam kreeg. Ik heb de film niet gezien maar wel een aanprijzing van een lezer gekregen en enkele recensies gelezen. Kun je die recensies niet als Prijzingen! beschouwen? En hebben die Prijzingen! niet al een betekenis voordat we de film gaan zien? Een stap verder, en vertel mij niet hoe ongeoorloofd deze stap is, en je gaat de film zien als afleiding van het schema dat de recensie je heeft geboden. Afleiding in dubbele zin, deductie en distractie.

Ongeoorloofd en gênant. Zo heb ik ooit bij wijze van grap een fictief reisverslag geschreven voor mijn zus voordat ze de Santiago-route ging lopen. 'Per aspera ad astra' was de titel van haar eigen reisverslag, en het zou goed kunnen dat mijn reisverslag tot de 'aspera' moet worden gerekend waarvan mijn zus zich moest bevrijden. Zo gênant kunnen grappen zijn.

Maar bij mannen, vooral bij mannen, denk ik, speelt vaak een 'force majeure' mee, iets dat sterker is dan henzelf, waartegen ze maar weinig weerstand hebben. Pissen in een Romeinse fontein bijvoorbeeld. Met mijn beschaafdere achtergrond zou ik zoiets nooit durven, evenmin overigens als meebetalen aan de schade die Bernini is toegebracht. Ik neem - laf en gênant - mijn toevlucht tot slechte grappen als het prijzen van iets dat al geprezen is, of nog erger, het prijzen van een film zonder dat ik de film heb gezien.

Misschien kom ik hierin overeen met de hoofdpersoon van die film. Hij zit met zijn gezin op een terras in de Alpen. Er komt een lawine aan. Instinctief besluit de man weg te rennen, waarbij hij zijn gezin in de steek laat. Uit eigen ervaring ken ik dat instinct maar al te best. Ooit zat ik met mijn toenmalige vriendin de bomen van Amelisweerd te verdedigen tegen de ME. Toen die eenmaal begon te hakken stoof ik weg, mijn vriendin achterlatend. Beschamend en zeer onheldhaftig. Kijk ik terug op de breuk met mijn vriendin die zo'n zes jaar later volgde, dan zou er enige samenhang kunnen bestaan tussen beide gebeurtenissen. Een beetje Zweeds regisseur zou mij feilloos fileren.

Het gedrag van de man zegt volgens de recensies niet alleen iets over de verhoudingen binnen het huwelijk, maar ook over de verhouding tussen mannen en vrouwen: "En Turist gaat over meer dan een huwelijk. Östlund onderzoekt de verschillen tussen man en vrouw, over instinctief gedrag en sociale conventies, en toont wat er gebeurt als een schijnbaar veilige, overzichtelijke wereld opeens wordt bedreigd", zegt Floortje Smit in de Volkskrant (19 februari). Schijnbaar veilig, dat laat raden dat die wereld nooit veilig is geweest. De innerlijke en wezenlijke onveiligheid van de relatie wordt getoond aan de hand van de blikken en het vergeten van de (zwijgende) kinderen.

Zou het kunnen dat behalve die lawine ook het gedrag van de vrouw een factor is in de onthulling van het innerlijke drama? De man Tomas ontkent de hele zaak, maar 'zijn vrouw Ebba laat hem er niet zo makkelijk mee wegkomen'. De vrouw lijkt hier toch op te treden in naam van de waarheid en gerechtigheid, ook al draagt ze daarmee bij aan de ondermijning van haar huwelijk.

Maar dan gaan we er misschien te makkelijk vanuit dat de onthulling de voornaamste inzet is van de film. In HP/De tijd komt nog een ander gezicht van de film naar voren: "Het Zweedse drama is tot in de puntjes verzorgd, en een interessante en aangrijpende casus voor ieder getrouwd stel. En dat is knap, als je je bedenkt dat de lawine die deze echtelijke crisis inluidt mogelijk de minst spectaculaire is in de filmgeschiedenis." (Kevin van Vliet, 19 februari) Tot in de puntjes verzorgd, laat dat maar aan die Zweden over. Ik vertrouw er in dit geval letterlijk blindelings op.

Ik zie, zonder hem gezien te hebben, een film voor me met prachtige Alpenlandschappen, een ideaal hotel, mooie mensen die knap spelen, een ragfijne balans tussen gêne en droge komedie. Zelfs bij de onthulling van het conflict zou mij waarschijnlijk een gevoel van triomf niet ontgaan. Triomf van de regisseur, triomf van de onthulling, triomf van de kijker die alles doorziet en herkent. De ongemakkelijkste waarheid wordt zo alsnog draaglijk gemaakt.



woensdag 25 februari 2015

Veronesi - La forza del passato

Deze roman had kunnen uitmonden in een politieroman of een psychologisch drama. Het wordt echter een komisch-grotesk verhaal. Heb je het uit, dan besef je terugkijkend dat het groteske er vanaf het eerste moment al inzat. Kinderboekenschrijver Gianni belandt in een taxi. De chauffeur blijkt meer van zijn leven te weten. Gianni ziet bij hem een pistool en springt verschrikt uit de auto, waarbij hij zijn tas in verwarring achterlaat.

Vele verwikkelingen volgen, maar vooral ook de enorme innerlijke monologen van Gianni. Hij doet zijn best de draadjes bij elkaar te knopen van een wereld die onder zijn neus uit elkaar valt. De chauffeur komt hem zijn tas terugbrengen en vertelt hem dat zijn vader bij de KGB heeft gewerkt.

Er volgen nog meer schokken. Gianni heeft de prijs die hij kreeg voor zijn kinderboeken geschonken aan een vrouw die de euthanasie op haar zoon wil voorkomen. Hij ontmoet de vrouw en ziet dat ook zij een pistool in haar tas heeft. Zijn vrouw schrijft hem een brief waarin ze bekent dat ze een verhouding met een ander heeft gehad en haar lot in zijn handen legt. Hij krijgt zelf een ongeluk met zijn brommer en is een week in coma.

En tot slot had ook ik te maken met een geestelijke mist waarin ik de touwtjes bij elkaar moest zien te trekken. Ik las de roman in het Italiaans en kon niet alles volgen. Ik las door met de stem van een vriendin in mijn achterhoofd: 'Blijven doorlezen!'

Zo heb ik me dankzij mij gebrekkige kennis van het Italiaans beter kunnen verplaatsen in de gedachtewereld van Gianni. Langzaam kom ik bij uit mijn coma en heb goede kans om geleidelijk ook in het Italiaans bij mijn positieven te komen. Best jammer eigenlijk.

Afbeeldingsresultaat voor taxi rome

dinsdag 24 februari 2015

Rothko, niets en niemand

Is de beste prijzing van Rothko niet de eindeloze stoet oude vrouwen die voor hem langs trekt? Het moet een omhelzing zijn, een ontmoeting van een-op-een. Alleen oude vrouwen zijn daartoe in staat, denk ik, om zich te wurmen door die dichte massa, iedereen uit te schakelen en de woorden van Rothko te redden.

De woorden van Rothko die zouden staan tussen de schilderijen en de toeschouwers. Woorden waaraan hij zich niet meer zou hebben willen bezondigen, nadat hij Nietzsches wijsheden eerst wilde omzetten in kunstbeschouwing en vervolgens in kunst. Maar wel kunst als filosofie. Filosoferen met de kwast, met het materiaal. Zo weinig mogelijk tussen jou en het doek.

Het resultaat moet zijn: huilen! Huilen zoals Rothko zelf deed. Huilen, religieus of seculier. Omhelsd zijn en opgenomen in het enorme schilderij. Huilen in stille meditatie.

Wij, Inez en ik, voelden ons er (nog?) niet toe in staat, dat huilen. Je wurmen door de massa, met zijn twintigen staan turen naar teksten, teksten dat Rothko hoopt dat de bezoekers van het chique restaurant de eetlust vergaat als ze de kastanjebruine sombere schilderijen aan de muren zien. Het was ons iets te nadrukkelijk.

Maar ook voor ons had Rothko iets in petto. Zo ineens was er een schilderij waar de kleur was weggeborgen achter iets dat net wel of net geen kleur was. We stonden voor een van de nissen. De boodschap was: hier kun je even afgezonderd van de massa staan kicken met je Mark Rothko! En zowaar bleef ik even staan. Ik mompelde wat tegen Inez, zij mompelde wat terug, we liepen weg.

Ons gemompel was misschien wel die (non-)kleur die de kleuren verborg zodat ze hun werk konden doen. Zo blijkt de oude meester toch wel een truc in zijn mouw te hebben waarmee hij ons - misschien ooit nog - voor zich weet te winnen, wellicht als we ooit oude vrouwen zullen zijn.

Maar jongens toch! Gun het Mark Rothko om weg te lopen van zijn gezin, een op een te staan met zijn Fra Angelico, te huilen. Gun het hem, een op een, alleen met zijn geheim. In een klap wordt ons het zicht ontnomen op de schilderijen en op de man zelf. Voor het schilderij schuift de man met zijn drama, voor de man schuift het schilderij, vooral dat laatste rode met die lichte witte smalle horizontale opening in het midden. Dat schilderij hangt dan weer naast Victory Boogie Woogie van Mondriaan zodat we wat Rothko betreft noch de man noch zijn schilderij zien.


Afbeeldingsresultaat voor rothko commercial

zaterdag 14 februari 2015

Bastaarden welkom op voorwaarden - Price & Thonemann

Alweer vijf jaar geleden blies Olivier Hekster in de Volkskrant de loftrompet over Price & Thonemann met hun De geboorte van het klassieke Europa. Vijf sterren! Bijna de helft van zijn prijzing! gaat over de grijze tekstblokken waarin de schrijvers linken leggen met latere tijden.

Heksters prijzing verdient zeker wel prijzing, maar is wel behoorlijk kort, alsof goede wijn geen krans behoeft, of hooguit een kleine. Niet dat ik hier de schade probeer in te halen, maar ik eis van mezelf een uitleg waarom het boek goed is, en het geen verspilde tijd is om me na mijn studieboek Naerebout nogmaals te verdiepen in die twee millennia. Als leraar red ik me ook uitstekend zonder dit soort boeken, leerlingen hebben buiten het vak geschiedenis maar een splintertje nodig om de teksten te begrijpen. Geschiedenis verklaart heel weinig, het compliceert de zaken meestal.

Maar het schept wel verantwoordelijkheid. Ik hield in gedachten dat ik het boek had gekregen van een gepensioneerd collega Nederlands. Maar dat maakt me nog geen historicus. Ik vroeg dus bij het kopieerapparaat aan mijn deskundige collega geschiedenis of dit boek wel goed was. Jazeker, zei hij, het is alleen een beetje traditioneel. Afijn, voor mij was het meeste dat erin stond nieuw, en het boek had me al zoveel diensten bewezen dat ik het wilde belonen met het uit te lezen. En ik werd zeker niet teleurgesteld. Aan het eind werd ik zelfs getracteerd op een uitswinger, wanneer Augustinus in de spotlights wordt gezet.

Augustinus?? In een serieus geschiedenisboek van stropdasmannetjes uit Oxford??
Ja, want in hoofdstuk 10 van zijn Confessiones gaat deze Augustinus uitvoerig in op het thema herinnering. En dat is wat onze Oxfordmannetjes ook interesseert. Herinnering is niet ons voorrecht. Het bestond al sinds jaar en dag. Herinnering is niet onze beslissing om te graven en de potjes op een rijtje te zetten. Het is ook de beslissing of ontdekking dat die potjes zelf dragers van herinnering zijn. En zo holt de lezer van ontdekking naar ontdekking. Elke alinea van dit boek had ook een hoofdstuk kunnen zijn. Het is voornamelijk het tempo dat de stijl van deze schrijvers markeert. Natuurlijk, je kunt opscheppen over de verdienste van opgraving zus en zo. Maar beter is het om die opgraving achteloos in een bijzin te vermelden in het verhaal dat jij vertelt, en nog beter is het om te vertellen dat jij je verhaal hebt gegapt van wat die opgraving zelf wil vertellen.

Voor ik het wist had ik mijn argwaan jegens de archeologie opgegeven. Maar vervolgens moest ik weer wennen aan de serieuze manier waarop schrijvers als Thucydides of later Tacitus werden behandeld. Niet heel veel anders dan mij mij op school, maar wel verfrissend omdat ze worden ingeschakeld in een speurtocht anno 2010 naar wat er nu echt gebeurd is. En passant wordt ook het gebied even uitgebreid. Hoezo aurea aetas? Die wordt eventjes snel doorgeraasd. Hoezo Rome en Athene? We springen naar alle hoeken van het Romeinse Imperium en daarbuiten, naar India en zelfs Vietnam en eventjes China. De Bijbel, nog zoiets. Daarvan wist ik natuurlijk toevallig wel hoezeer de herinnering der schrijvers maatgevend was voor het zogenaamde verslag der gebeurtenissen.

De term die bij mij uiteindelijk blijft hangen is verwantschap. Wil je je als stad of regio in de kijker spelen van het machtscentrum, dan moet je een verhaal vertellen over je verwantschap met de helden uit de vroegste tijden van het rijk. Heet je stam toevallig 'Remi' (het latere Reims) dan ben je natuurlijk verwant aan Remus, en ben je dikke vrienden met de keizer.
In de Bijbel begon het ook zo, met Genesis en de Toledoth. Of liever: daar werd ook zo teruggekeken op het begin.

Europa, het is gewoon een te gekke familie waarin bastaarden vrolijk worden opgenomen op voorwaarde dat ze een leuk verhaal vertellen over hun afkomst. Gefaked of niet, als het maar klinkt, en als er maar een bereidheid uit spreekt graag mee te doen. Joden pasten binnen dit verhaal niet, maar intern regelden ze hun zaakjes net zo.

Over de verhouding tussen deze twee verwantschapsverhalen moet weer een ander boek gaan, wat extra gecompliceerd is vanwege het Christendom en de Islam die ertussendoor kwamen fietsen.

Afbeeldingsresultaat voor reims cathedral

zondag 8 februari 2015

Gluckauf

Deze film dient te worden geprezen, wat mij betreft vooral vanwege het reeds geprezen contrast tussen sociale desolaatheid en mooie natuur, maar ook vanwege de acteerprestaties van Bart Slegers en Vincent van der Valk. Mooi is ook dat het dialect zo consequent is ingezet. Wel is het effect hiervan eerder een eenheid van taal dan een reële weerspiegeling van hoe het dialect momenteel in Heerlen wordt gesproken. Daar is toch veel meer diversiteit tussen de invloeden en de generaties. Vergeet niet dat het echte Heerlens sowieso een taal is die niet zo lang geleden maar door een handjevol mensen werd gesproken. Heerlen werd pas een dichtbevolkte stad met de groei van de mijnen.

Nu zijn die mijnen alweer veertig jaar dicht. Bekend zijn de leegloop en de werkeloosheid die zich vertalen in de aardverschuiving van CDA naar SP en PVV. Toch schuilt er iets van een performatieve tegenspraak in een film die deze ruïnes zo mooi in beeld weet te brengen. Ongetwijfeld is de film nauwelijks een Heerlense productie te noemen, maar hij straalt wel waardigheid uit, een waardigheid die in al zijn geconcentreerdheid ook geloofwaardig is.

Voor het script hebben de makers de Haarlemse schrijver Gustaaf Peek ingehuurd. Dat verklaart wellicht de beknopte taal, die zeker niet de aard van de indirecte, breedsprakige en impliciet formulerende Limburger weerspiegelt. Maar dat geeft hier minder, omdat het plot zich uitsluitend in het criminele circuit afspeelt. De regisseur had daar vriendjes zitten, dus die geloven we dan maar graag.

Waardigheid, heb ik gezegd, en daarmee de last op me geladen deze te redden uit de move die het plot domineert, de geleidelijke groei van het gezag van zoon Jeffrey over zijn vader Lei. Dat ervaart der Lei als vernederend. Pas tegen het eind van de film begrijpen we waarom. Helaas kan ik die ontknoping op deze plaats wegens spoilergevaar niet uit de doeken doen, en ook in de film zelf blijft de onthulling geborgen in het halfduister. Wel wordt uit mijn suggestie hopelijk al begrijpelijk dat de waardigheid eerder schuilt in een zoektocht naar uitdrukkingsvormen daarvan, en naar acceptatie. Maar ook als die verloren gaan is er altijd nog de hoop op een erfgenaam die - goed Grieks - gered wordt uit de klauwen van het fatum.

Het kan haast geen toeval zijn dat zogenaamd op de achtergrond, maar in werkelijkheid eerder in het centrum van het web, een vrouw aan de touwtjes trekt. Zij regisseert de uitdrukkingsvorm van de waardigheid, de acceptatie en de hoop op de erfgenaam. Voor der Lei is dit uitermate complicerend, want hij dreigt uiteindelijk zelf bijna een vrouw te worden. Maar is dat niet all in the game? Je kunt nog zo hard knokken, nog zo'n dikke envelop scoren, je blijft afhankelijk van acceptatie, hoe dan ook afhankelijk.

Niemand die dat beter wist dan mijn vader Lei, die als betaalmeester van Oranje Nassau I de opdracht kreeg de kinderbijslag van de Spaanse mijnwerkers rechtstreeks naar de moeders in het thuisland te sturen. En op betaaldag stonden de vrouwen van de stoere mijnwerkers voor de deur. Niet onbegrijpelijk aan het begin van een weg die tot in Brunssum 60 café's telde.


http://www.1limburg.nl/sites/default/files/public/styles/mediabox_detail/public/media-youtube/pYA9An4N_es.jpg?itok=xjr7xPrA

dinsdag 3 februari 2015

Venushaar - Sjisjkin

Rare titel hè?, zei ik tegen TOA Arnold in de personeelskamer van mijn school, toen hij me dit boek zag lezen. Ja, zei hij, het is natuurlijk het haar van Venus maar ook dat haar wat vrouwen op die plek hebben! Pas op p.523 werd de titel uitgelegd. Het gaat om de plant Adiantum capillus veneris, die in Rome in het wild groeit, maar in Moskou een kamerplantje is, dat zorg en aandacht behoeft.

Metaforisch tot en met dus. Want zou dat niet voor een bepaalde levenservaring staan, een ervaring die je in Rome op elke straathoek tegenkomt, maar die je in Moskou met de loep moet zoeken? Desnoods importeren? Hoe dan ook werd me het boek geschonken door mijn minnares, onder de kerstboom, omdat ik van een zekere afstand evengoed de reis van Moskou naar Rome probeer te volbrengen.

Welnu, daarover gaat deze roman ten volle, alleen al omdat de auteur zelf de reis heeft gemaakt, waarbij Zwitserland als tussenstation fungeerde, waar Sjisjkin als tolk voor de immigratiedienst werkte. Daaruit resulteert in Venushaar een bijzonder soort Q&A, over vele pagina's volgehouden, waarbij beide rollen worden verwisseld en oneindig uitgesponnen en verward. Een ervaring die absoluut absurdistisch en avantgardistisch is. Maar waarom niet tevens realistisch? Van dat laatste overtuigt Sjisjkin je terloops, alsof de politieke tragedies hem eigenlijk niet interesseren, alsof hij ze louter gebruikt als aanleiding voor zijn literaturnost'.

In de loop van de roman wordt de gevoelige westerse lezer zodanig getrakteerd op enkele shockerende scènes dat hij wordt wakkergeschud en aanvoelt dat een Rus, wie het ook is, heel wat met zich meedraagt als hij westwaarts komt. Het grootste gewicht is misschien wel dat hij zich voortdurend moet verantwoorden. Waarom zoekt hij het betere leven? En is dat betere leven niet, zoals de film Nostalghia  ooit suggereerde, in laatste instantie en in zijn meest geslaagde vorm een flauwe afspiegeling van de ware religieuze Russische geest, met name voor de balling in Italië?

Bij Sjisjkins verhaal moest ik eerder aan Tsjaikovski denken, die Italië beleefde als een idylle, waar hij zich kon storten in een roeservaring van geluk, waar alles onmiddellijk betekenis had. Alles was zo spontaan en onmiddellijk dat het zonder overgangen werd aaneengeregen. Lees je de Rome-scènes van Sjisjkin, dan krijg je datzelfde gevoel. Rome is alle tijden ineen, verdicht tot geconcentreerde ervaring, die alleen in capricieuze taal kan worden bezworen. Die taal moet tegelijk avantgarde zijn, antiek en romantisch. Maar Sjisjkin is ook een architect. Hij differentieert zijn scènerieën, hij geeft ze ruimte. Honderd bladzijden lang raak je verzonken in een briefroman tijdens de Eerste Wereldoorlog, daarna word je plots weer teruggegooid in een Molly Bloomachtige monologue intérieur. De lezer die het preciezer wil weten verwijs ik naar de uitgebreide recensie van Will Evans.

Af en toe klonk er iets op als een grondgedachte die zowel boodschap als zelftoepassing, toepassing van de boodschap op het boek zelf, is. Wij zijn geneigd te denken dat het ongepast is bij het vele lijden in de wereld romans te schrijven en te zingen. Deze roman zegt dat het haast een plicht wordt om dat te doen, niet ondanks maar juist vanwege dat lijden. De zangkunst en literatuur worden zodoende niets minder dan politieke of eerder ethisch-kosmologische actie. Genieten zul je, want het evenwicht moet worden hersteld.

Verheerlijking van Rome? Nee, van het venuskruid dat nog eeuwiger is dan de eeuwige stad: 'Ik groeide hier al lang vóór julie Eeuwige Stad en zal hier ook erna groeien. Jullie mogen naar hartenlust schilderijen en beelden maken van die bebaarde figuren in lange gewaden die de onbevlekte ontvangenis hebben verzonnen. Ik zal door al jullie doeken heen groeien en zal door al jullie marmer heen breken. Ik ben op elke ruïne op het Forum en onder elke baksteen onder de flox. En waar ik niet te zien ben, daar zijn mijn sporen. Waar ik niet ben, daar ben ik geweest en zal ik zijn. Ik ben daar waar jullie zijn.'

Onkruid dus, dat venushaar. Via de taal woekert het verder in de roman. Als je hem leest, vergeet dan niet, zoals Evans adviseert, om je aantekeningenschrift ernaast te houden. Of wacht tot de roman een Joyciaanse status heeft bereikt en lees dan de aantekeningen bij de tekst: 'Hier ligt een mooie taak weggelegd voor toekomstige literatuurhistorici.'