zaterdag 15 juli 2017

Steen versus doek - Space Odyssey revisited

Het was onhelder of Maarten en ik deze film voorgeschoteld kregen op advies van Martin Scorsese of dat Eye het uit eigen beweging had geprogrammeerd. Hoe dan ook, we kwamen voor film en het was deze. We kregen de architectuur van het museum er gratis bij, alsmede de schittering in het water en de pauze, waarna net als in het begin de ouverture bij zwart doek volgde. Ligeti's Lux aeterna.

De toon was gezet, de sfeer was gecreëerd. De film geeft toon en sfeer. Ik had hem al eens gezien op ons kleine tv-schermpje thuis. Zelfs toen kwam het plechtige monumentale karakter van de film wel over. En nu al helemaal, in die grote zaal.

Ik vroeg me af of die zwarte rechthoekige steen niet een symbool was van de film. In commentaren zag ik dat de afmetingen van die steen zo ongeveer corresponderen met het filmdoek, hoewel je natuurlijk nooit weet waar die film zoal wordt vertoond, en zeker niet verwacht dat hij op ons kleine tv-schermpje wordt vertoond.

De situatie was als volgt: allemaal 50-plussers, uitgezonderd de jonge Maarten en nog een paar jongeren, zaten te turen naar de overgangsmomenten van de mensheid, in verleden en toekomst. Vooral de toekomst. De oude mensen leefden bewust of onbewust toe naar het moment dat de astronaut in een grote lege zaal zit te eten, in zijn eentje, ergens voorbij de planeet Jupiter. Dan ligt hij in zijn sterfbed en verandert hij in een sterrenkind. De oude mensen in de zaal namen deel aan dit mysterie en hoopten ooit mysterieus en vriendelijk naar de aarde te kijken.

Naar verluidt had Kubrick oorspronkelijk nog een slotscène in gedachten. Het sterrenkind zou straling uitzenden waarmee de commando's die de kernoorlog in gang moesten zetten werden onderbroken. het sterrenkind is een vredeskind. De scène werd geschrapt omdat hij teveel een herhaling was van het slot van Dr. Strangelove.

Toch begrijp ik nu beter dat we naar een hippiefilm zaten te kijken. Het had al duidelijk kunnen zijn door de lsd-scène, waarin we zitten te kijken naar het wormhole waardoor de astronaut gaat om terecht te komen bij zijn dood en wedergeboorte. Maar nu werd het extra duidelijk, omdat we het mysterie niet anders kunnen ervaren dan als een aansporing om dingen uit te zoeken.

En daar gingen we dan. Ik zocht meteen bij Deleuze, hoe zag hij de film? Maarten stuurde me een artikel van Roger Ebert. We willen het weten. Ook Rock Hudson schijnt tijdens de film te hebben geroepen: 'Will someone tell me what the hell this is about?' Het resultaat van deze naspeuringen kan niet anders zijn dan een ander mysterie, of enkele banale randopmerkingen. Deleuze spreekt van 'ononderscheidbaarheid' in het verschil tussen twee aspecten van de wereld die hij gelijkstelt met het brein. Het ene aspect is het innerlijk, en dat stuit in zijn beweging naar buiten op het universum en op de toekomst. Die uiterlijke oneindigheid is eveneens een brein. En bij het sterrenkind weten we niet meer waarmee we te maken hebben, met het innerlijk dat veruiterlijkt is, of met een gezicht van de toekomstige kosmos dat ons aanstaart.

De toekomst is nu, zegt elke sciencefiction, en de ontmoeting met de alien kan worden opgevat, volgens Inez, als een 'momentary taste of being'. Daarmee lijkt Inez te kiezen voor de voorbijgaande, buigzame kant van de symboliek.

Zelf zou ik toch ook willen doordenken op de steen, het monument. Die keert steeds terug, de steen is wat blijft, wat staat. Vergelijk het met de icoon, die anders dan het schilderij op vast materiaal staat, op hout. Dat geeft niet mee. De Russische filosoof Pavel Florensky vindt dat een belangrijk punt. Tegelijk zegt Florensky dat de icoon zeer kwetsbaar is. Er moet een sfeer en cultuur omheen bestaan die het respect voor de icoon ondersteunt.

Een dergelijke sfeer en cultuur was er wel degelijk, in het Eye. Maar misschien ook wel toen de film een halve eeuw geleden werd vertoond en mensen de zaal uitliepen, of zelf aan de lsd gingen om ononderscheidbaar in de film te verdwijnen. Ik ga bijna geloven in de vredescheppende kracht van deze film doordat hij zich beweegt in een symboliek die belangrijk is geweest, en nog steeds belangrijk is, voor de relatie tussen de wereldmachten, met name Rusland en de VS.

Ik herinner me de expo in Moskou, op het terrein van de wereldtentoonstelling uit de tijd van Chroestsjov. De expo stond in het teken van de 'broederschap' tussen de VS en Rusland. Gezinnen barbecueden op de grasperken. Militairen met uzi's beschermden de zalen met ultradure auto's. Binnen stond de sojoezcabine gebroederlijk naast de Amerikaanse landingscapsule. Je ervoer hoe dicht oorlog, vrede (MIR), rivaliteit, extase, techniek, nuchter realisme, elite en populisme elkaar raakten op deze plaats.

Er wordt gezegd dat Kubrick nog even gedacht had de aliens in beeld te brengen die de zwarte monoliet plaatsten. Om allerlei redenen zag hij ervan af. Meer dan wat ook is het nu een permanente momentary taste of being.

 Afbeeldingsresultaat voor putin trump

donderdag 13 juli 2017

De rijkdommen van Ina Hobbelink-Doorduin

Inez heeft meegewerkt aan de autobiografie van Ina Hobbelink-Doorduin. Ina vertelt, en Inez heeft het omgeschreven tot een leestekst. Bij autobiografie gaan bij mij allemaal bellen rinkelen: Augustinus, Rousseau, en van Inez kreeg ik de essais cadeau van Montaigne die zich het liefst in zijn blootje aan zijn lezers zou vertonen.

Ina is niet bloot maar vooral trots. Ze heeft een rijk leven en wil ons haar rijkdom laten zien. Veel van die rijkdom betreft het lot van haar naasten, veel betreft hun ziekte en overlijden. Het leven gaat nu eenmaal zo, en al deze mensen hebben voor Ina betekenis, ze verrijken het leven dat zij leidt en waarop ze terugkijkt.

Er zit wel levensbeschouwing in, meditatie, Jung, therapie. Ina wordt soms opgetild, en probeert haar leven en lezers ook op te tillen door de momenten eruit te lichten en haar hart te laten spreken. Maar nergens wordt het filosofie. Het leven vertellen is alleen mogelijk wanneer je het afschermt van graven, teveel dimensie, teveel reliëf. Ina draagt het tempo en het ritme.

Het lezen van deze autobiografie kan twee effecten hebben. Het ene is dat je beduusd raakt tussen al die weelde en je eigen leven armoedig gaat vinden. Het andere mogelijke effect is dat je Ina leest als een elckerlyc. Ah, maar zo kun je ook naar het leven kijken, ook naar je eigen leven! Naar het leven van je naasten. Ze leven, ze worden ziek, ze gaan dood.

Werkelijk elk moment in dat voorbijgaande leven heeft waarde. Daarom is deze autobiografie geen boeddhistisch boek, geen memento mori of de beschouwing van wat voorbijgaat. Het is de beschouwing van wat het verdiend te worden beschouwd, dus eigenlijk alles.
Afbeeldingsresultaat voor ina hobbelink

Carnivalesque

Deze roman is van de Ierse schrijver Neal Jordan. Hij gaat over een jongen die het glaspaleis op de kermis betreedt en dan een soort hergeboorte meemaakt. Misschien is het hele leven van iedereen wel zoiets. Je valt in stukjes uit elkaar, en misschien was dat altijd al zo.

Misschien ook daarom valt het de critici lastig er iets van te maken. Ze denken dat het gaat over de Oedipousrelatie, over het opgroeien van een puber of dat het hele leven een kermis is. Dat is allemaal wel waar, maar ook deze invalshoeken zijn maar weer spiegels die de roman in gang kunnen zetten.

Daarnaast zou je de carnies, het kermispersoneel, kunnen beschouwen als de dragers van deze levensinstelling, van een leven nu eens hier, dan weer daar, blootgesteld aan de hemel, de geschiedenis en wat niet al.

Afbeeldingsresultaat voor hully gully

zaterdag 10 juni 2017

Inferno met Tom Hanks

Al tientallen keren heb ik in de klas Angels and Demons gedraaid, vooral om de gymnasiasten alvast over de schouder van Tom Hanks te laten kijken naar Rome. Maar ook bij wetenschapsoriëntatie, omdat je er bijna in eenzelfde shot CERN en het Vaticaan meekrijgt. De kerk heeft veel meer met natuurwetenschap te maken dan je zou denken. De leider van CERN die meteen al wordt vermoord draagt een priesterboordje, en de eerste formuleerder van de Big Bang was een prelaat van het Vaticaan.

De film Inferno geldt als een flop voor de Volkskrant, en bij de rechtse pers krijgt de film meer waardering, maar vooral vanwege de aardige Tom Hanks. Is dat dan zo onbelangrijk, vanuit links oogpunt, dat je hoofdpersoon gewoon aardig is, tikje saai maar ook wel over humor beschikt?

Zal wel. De plotwendingen zijn nog ongeloofwaardiger dan bij James Bond, maar misschien weer minder ongeloofwaardig dan de recente politieke ontwikkelingen in de diverse westerse landen qua verkiezingen. Inferno correspondeert verder enigszins met Dante aan wie de film een tribuut is. Ook bij Dante weet je nooit of je volgens de Catholica en volgens de Renaissance moet denken, of dat je hem moet zien als een scharnier naar iets dat ons nog steeds puzzelt.

De film kent zijn eigen wetten en bepaalt voor ons wat reëel is. We  kijken naar een actiefilm waarin alles draait rondom Hanks. Zijn jonge verpleegster wordt afgelost door een oudere vrouw met wie Hanks (sorry, Langdon) echt wel iets zou willen, maar zij laat liever het mysterie bestaan.

Wat het meest puzzelt is de oude man met de pleister rechts op zijn hoofd, met aan het eind van de film weer een andere pleister rechts op zijn hoofd. Wat is de functie van de stabiliteit van deze man, zijn saaiheid? Er wordt verwezen naar Sherlock Holmes. Ik denk aan Theresa May die ook de volstrekte chaos bezwoer met 'certainty' waaraan het zinkende eiland behoefte zou hebben. Misschien bedoelde ze wel de certainty van het zinken, zoals de film Inferno de redding afwijst vanwege de offers die ze kost, en liever de ondergang voor lief neemt.

Het is een inferno, maar wel ons inferno. Liever geen hulp van buitenaf!

Afbeeldingsresultaat voor inferno hanks

zaterdag 6 mei 2017

De ereburger - Filmkomedie in Argentinië

Een Nobelprijswinnaar voor literatuur besluit om alle uitnodigingen af te zeggen en alleen in te gaan op de uitnodiging van zijn geboortedorp in Argentinië. Hij had schoon genoeg van de hypocrisie van de elite die hem de prijs bezorgde en bij de uitreiking gaf hij die elite er flink van langs. Het gaf al te denken dat er een dode flamingo in de vijver lag.

Het geboortedorp onthaalt de schrijver alsof het Jezus zelf is. Hij wordt van het vliegveld opgehaald in een krakkemikkige auto die ook nog eens lek rijdt op honderd kilometer. Maar het dorp doet niet te flauw en herhaalt de uitreiking met de schoonheidskoningin gewoon een dag later. Vooraf wordt hij, in plaats van op een ezel, opgehaald met een brandweerauto met de burgemeester en de schoonheidskoningin van Salas.

Al heel snel raakt Mantovani verwikkeld in de gecompliceerde betrekkingen van het dorp. Daarbij speelt ook mee dat hij in zijn romans zelf heeft geschreven over de kinderjaren. Langzaam raakt hij klem tussen de door belangen gedreven verering en de verachting door de rest. De man die zich opwerpt als zijn vriend en beschermer raakt ook snel in hem teleurgesteld en met zijn ex-schoonzoon gooit hij hem in de pampas uit de auto en nu stop ik op tijd wegens spoilergevaar, maar met mijn Jezushint mag de lezer zelf raden.

Hier enkele spiegelmogelijkheden om te illustreren dat deze film deel uitmaakt van een klein symbolisch universum.

Eerst moest ik denken aan Coetzees roman Summer time, waarin hij zijn geboortestreek opzoekt. Ook zo'n eigenzinnige schrijver met een buitengewone belangstelling voor Jezus. Hij krijgt de wind van voren van allerlei vrouwen die confronterende herinneringen aan hem ophalen. Maar het is Coetzee zelf die schrijft en hij wint dus bij voorbaat.

Tweede spiegeling. Jezus zelf, de man van Nazaret. Hij keert terug naar zijn geboortedorp om er te onderwijzen en te genezen. Maar de mensen moeten niets van hem hebben. Ze drijven hem naar het ravijn en willen hem erin kiepen. Maar Jezus loopt door de menigte en niemand durft hem iets te doen. Toch weten we hoe het afloopt. Misschien wil het verhaal ons leren dat alles in Jezus' leven vooruitwijst naar zijn dood en verrijzenis, zelfs zijn geboorteplaats. Zijn afkomst naar het vleesch ligt er wel, maar zeker niet zijn bestemming, want dat is zitten aan de rechterhand van de Vader.

Dan is er nog het spiegelverhaal van mijn vriend Marc van der Post, die weliswaar in Argentinië niet naar zijn geboorteplaats is gegaan, maar wel degelijk tussen eenvoudige mensen woont, met christelijke motieven, over zijn leven daar schrijft en zelfs een boek over de mensen in El Yagüel heeft geschreven dat de mensen kunnen lezen en voor wie hij schrijver is. Marcs presentie heeft tot dusver nauwelijks de trekken van een lijdensverhaal, maar er zit zeker het motief van genezende presentie in. Ook Mantovani houdt tot het einde vol dat hij naar het dorp komt om de mensen een beter leven te geven. Voor enkele jongeren heeft hij ook echt iets te bieden, zoals de jongen achter de balie van het hotel, die verhalen schrijft die Mantovani goed vindt en belooft te publiceren.

L'histoire se répète, peut-être. De jongen achter de balie neemt het estafettestokje over van Martinez zelf, die zich met hem kan identificeren. Vader, zoon en misschien ook nog de geest, de vrouwen die vroeger of later iets in de schrijver zien, hem willen redden of via hem willen ontsnappen aan het dorp. Reddende presentie?

Het dorp zelf, dat is de hel. De mensen zijn er zeker niet minder hypocriet dan de elite in Stockholm wanneer het aankomt op cultuur. Vanuit het oogpunt van de schrijver worden beide hypocriete gemeenschappen tegen elkaar uitgespeeld waarna de schrijver zelf achterblijft, in communicatie met zijn eigen narcistische ik dat hij dan wel weer prima kan gebruiken voor zijn volgende novelle.

De spiegelverhalen leren ons dat we op een of andere manier in de theologie zitten. Schrijven is een vorm van scheppen, het is een creatieve act. De film van de Argentijnen Duprat en Cohn is een onderzoek naar de mogelijkheid ervan, een experiment. Daarmee staan ze in een lange traditie van vooral de Middeleeuwen waarin de monotheïsmen hun verhouding tot de filosofie op uiteenlopende manieren bepaalden. In het boekje van Agamben over de novelle Bartleby the scrivener van Melville kunnen we er meer over lezen. In de islam bijvoorbeeld ontstaat een splitsing tussen de soennitische theologie van de motecallemim en de volgelingen van Aristoteles, de falasifa.

De schepping volgens de soennitische theologen houdt in dat God op elk moment de dingen al dan niet schept. Dan zijn ze er ook volledig, of ze zijn er niet. To be or not to be. Bij de falasifa daarentegen zijn er tussen de geschapen dingen zaken die niet eenvoudig te herleiden zijn tot zijn of niet-zijn. Daartoe behoort de mogelijkheid. Agamben herhaalt voortdurend de filosofie van Aristoteles volgens welke iets, als het mogelijk is om te zijn, het tegelijk ook mogelijk is om niet te zijn. De dingen raken als het ware in een zweeftoestand, tussen zijn en niet-zijn in. De nul moet worden vernietigd om het vermogen te scheppen, om het om te zetten in realisering.

De Argentijnse film beeldt dit mooi uit. De schrijver Mantovani lijkt met zijn kritiek op het Nobel-comité de wereld tot nul te reduceren. Maar eigenlijk bevindt hij zich in de dynamiek, in de mogelijkheid. Die heeft hij nodig om te kunnen scheppen. Hij moet daarom zijn verleden beroven van zijn massiviteit en het maken tot iets contingents, iets dat er is maar evengoed niet had kunnen zijn.

Agamben legt uit dat we Bartleby, die zijn opdrachten weigert met de zin 'I would prefer not to', niet moeten opvatten als een Jezus: 'Maar als Bartleby een nieuwe Messias is, komt hij niet, zoals Jezus, om vrij te kopen wat er geworden is, maar om te redden wat er niet geworden is.' Dat geldt zeker ook voor Mantovani. De mensen verlossen uit hun situatie ligt boven zijn macht, al regelt hij wel een electrische rolstoel voor een gehandicapte. Wat hij met zijn experiment bereikt is de verkenning van zichzelf als een ongerealiseerde mogelijkheid, als de schrijver die evengoed geen schrijver had kunnen worden omdat alle krachten in het dorp hem tegenwerken. Om weer schrijver te kunnen zijn moet hij ook in staat zijn om geen schrijver te zijn, om te worden gemangeld tussen de zwartkomische verwikkelingen in zijn geboortedorp.

We hebben dus bij nader inzien niet te maken met een herhaling van de geschiedenis, maar met wat Agamben 'decreatie' noemt, 'waarin datgene wat is gebeurd en datgene wat niet geworden is hersteld zijn in hun oorspronkelijke eenheid in de gedachten van God en datgene wat in staat was niet te zijn en wat geworden is in datgene wat kon zijn en niet geworden is.'

De lezer vraagt zich misschien af of ik zelf niet ook af en toe moe word van die filosofie van Agamben die ik voortdurend loslaat op wat ik meemaak en op mijn vrienden. De vriendin met wie ik de film bekeek had ineens een creatief idee. Ze stelde de wekker in op 15 minuten waarin we niet praatten. Je zou dus kunnen zeggen: een daad van decreatie. Mijn blogs heb ik weer voor het evenwicht. Zo ongeveer moet het zijn als je schrijver bent, of God zelf.

Afbeeldingsresultaat voor ciudadano ilustre


dinsdag 2 mei 2017

De wereld overschrijven - Qiu Zhijie

Vandaag had ik weer zo'n wonderlijke belevenis die misschien eerder moet worden beschreven in mijn reeks Oefeningen in wat ik zoal meemaak. Wat ik las leek naadloos aan te sluiten bij wat ik meemaakte. Ik las Deleuze over de kopiist Bartleby, het beroemde verhaal van Melville. Bartleby verricht belangrijk werk op een advocatenbureau, en krijgt steeds interessantere opdrachten, het corrigeren van drukproeven enzo. Maar hij wil maar een ding en dat is gewoon schrijven. Bij elke opdracht reageert hij met 'I would prefer not to', tot vertwijfeling van zijn baas. Deleuze beschouwt deze reactie als een formule die wel in de Engelse taal past maar toch niet gauw zo zal worden gezegd. Dat is het mooie van Amerika, zegt Deleuze. Bartleby is echt een individu en verbeeldt de Amerikaanse droom. Dat is een archipel. Allemaal eilandjes, maar elk eilandje representeert de hele wereld. Immigranten komen vrij het land binnen en kunnen blijven reizen.

Toen ik de trein uitstapte in Eindhoven liep ik met Inez naar de expositie Journals without arrivals van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie in het Van Abbemuseum. De titel alleen al herinnert aan de thematiek die ik zojuist bij Deleuze had gelezen. Al bij binnenkomst zagen we enorme plakaten aan de muur met allemaal namen erop geschreven eindigend op -isme, postmodernisme, egoïsme en noem maar op. Het waren allemaal gebiedjes binnen plakaten met eilandachtige omtrekken en het geheel vormde een archipel. Een andere ruimte was gevuld met grote voeten die hol waren en van rietstengels gevlochten, dat spul waarvan ze vroeger ook manden maakten. In elke voet lag een groente- of fruitsoort met een toelichting dat deze groente ooit vanuit het Westen in China was geïmporteerd. De voeten stonden allemaal in dezelfde richting. De groenten waren op reis, en naar het leek inderdaad zonder aankomst.

Waarmee had ik te maken? Met de Amerikaanse droom van een Chinees natuurlijk, dat zag je zo. Die Chinees woont nog steeds in China en lijkt zich daar prima te handhaven. Dus het kan zijn dat China zelf in een soort Amerika is veranderd, zeker nu Amerika zelf allerlei trekjes van China overneemt, de controle op de media met name.

Toch kun je de kunstwerken van Qiu moeilijk zien als toonbeelden van Amerikaans pragmatisme. Daarvoor was hij tezeer geïnteresseerd in het geheugen. We lagen op een ligbank in een donkere ruimte omringd door vier filmschermen. Steeds lichtte er een scherm op waarop te zien was hoe iemand een lucifer aanstak en een voorwerp bijlichtte dat zich ergens in een donkere Chinese ruimte bevond. De lucifer brandde op, werd neergegooid en het scherm ging op zwart. Duidelijk een daad dus. Het was belangrijk dat de dingen uit het verleden werden bijgelicht, al verdwenen ze daarna weer in het donker. Net als deze blogs, die volgens mijn bijlichting rechts naast deze tekst oplichten en vervolgens weer wegzakken in het archief.

Wat is nu het geheim van de ethiek van Qiu? Heeft het iets te maken met zijn opvallend aanwezige kalligrafie? Overal die mooie karakters, video's waarop je Qiu die karakters zag schilderen. Leuzen uit alle tijden die hij overschreef, waardoor je (met enige toelichting) zag dat om de paar honderd jaar dezelfde leuzen langskomen.

We komen langzaam bij iets wat op een clou lijkt, een ontknoping of zoiets. Bij Melville wacht de lezer op het inzakken van het land, het wegzakken van de archipel in zee, de kopiist Bartleby wordt in de gevangenis gegooid. In Amerika brandt de burgeroorlog los en het is voorbij met de journeys without arrivals. Slaagt Qiu erin zijn reis gaande te houden, zijn land bij te lichten zolang hij in staat is te blijven branden?

Het geheim moet iets te maken hebben met de zorg voor het detail, gepaard aan toewijding. Qiu's toewijding gaat zo ver dat hij de brug over de Yangtse opzoekt, de boodschap van de zelfmoordenaar op de brugafscheiding uitwist, zijn vinger openprikt en met zijn bloed een nieuwe boodschap schrijft. Ik begrijp zijn boodschap niet, Waar ligt de hoofdstad van Madagascar?, schrijft hij. Heeft het iets te maken met het plan van Heydrich in WOII om alle Joden te deporteren naar Madagascar, dat hij weer uitwiste en verving door executies in Oost-Europa?

Wij vinden het allemaal zinloos, die boodschappen die wegzakken of worden uitgewist. Maar dat maakt niet uit. Dingen en gebeurtenissen trekken zich er niets van aan of wij ze zinvol vinden of niet. Wij trekken daaruit de conclusie dat we er dan ook geen aandacht aan hoeven te wijden. Spaar je energie voor zinnige dingen die blijven!

Maar wat moet iemand beginnen die wel aandacht wil geven aan al die dingen, gebeurtenissen en mensen die wegzakken in de duisternis, weggezakt zijn allang? Hem rest niets anders dan het zorgvuldige schrijven dat de namen van onze wereld opschrijft, steeds opnieuw totdat ze onleesbaar worden en het schrijven pure vervulling wordt. Als de reiziger aankomt zal hij niet zijn aangekomen omdat hij met zijn schrijven alle karakters overschrijft en daardoor uitwist. Zie mijn foto van het kunstwerk hieronder.

Hoe realiseert Qiu hiermee zijn droom die zo lijkt op de kopiist Bartleby en zijn karakter-achtige formule 'I would prefer not to'? Zoiets als een antwoord vinden we misschien in het camouflageproject van Qiu waaraan hij al meer dan twintig jaar werkt. De landen zijn eilandjes in een exuberante archipel. Ze moeten echter dichter tot elkaar komen, anders loopt het fout af met de wereld. Om dat te bereiken moeten ze enigszins onherkenbaar worden. Het worden patronen op een behang. Onopvallend liggen de landen nu in elkaars nabijheid. Alleen als je goed kijkt zie je in de patronen de omtrekken van de landen. Zo lijken alle Chinezen op elkaar en hebben ze ook geleerd op ons te lijken, zich onopvallend te bewegen in de marges van onze cultuur.

En precies zo beweegt het multiculturalisme dat niet zo mag worden genoemd ergens tussen ons, als een uitgewiste letter die wordt overgeschreven met eenzelfde letter, net zolang tot het in vervulling gaat. Zo ongeveer functioneert de toewijding aan het karakter in Qiu's ethiek, stel ik me voor.

woensdag 29 maart 2017

De sforzati van Olli Mustonen

Pianist Olli Mustonen moest in Arnhem voor zijn Prokovjev-programma tweemaal uitwijken naar een kerk, eerst de Koepelkerk en gisteren naar de Eusebius. Er klonken daar bijgeluiden die je in Musis zeker niet zou hebben gehoord. De kamerschermen om de Steinway heen konden niet verhinderen dat het geluid alle kanten op vloog.

Alleen daarom al zou je over de spelopvatting van Mustonen moeten beschikken om nog bij de luisteraar te komen. Een handvol ditmaal, van gevorderde leeftijd, en mijn jonge buurman was mobielverslaafd. Daar breekt zelfs een Mustonen niet doorheen. Mustonen: een extreem scherpe melodielijn, georganiseerd rond heftige sforzati. De andere stemmen fluweelzacht eromheen draaiend.

Ooit raakte Mustonen me met zijn extremisme, met Inventionen van Bach en de Gesänge der Frühe van Schumann. Wat een durf, wat een inzicht en expressie. Geen wonder dat Mustonen zich thuis voelt bij Beethoven en de Russen. Of zijn experimenten met de anderen goed uitpakken of niet, boeit me minder. Hij zet nadrukkelijk een muziekopvatting voor me neer en ik moet me afvragen waar die vandaan komt.

Bij Beethoven zijn die sforzati sowieso geen probleem. Hij hield ervan en gaf zich als pianist graag eraan over. Zo kon hij zich lekker profileren tegen Mozart, die met zijn subtiele charmes toch niet te overtreffen was. Beethoven, de Duitse Mann vom Lande in het keizerlijke Wenen. Later horen we daar de springende tonen in de scherzo's van Mahler die perfect paste bij de decadentie.

In dezelfde tijd klinken de opgaande motieven even verderop in het Moskou van Skrjabin. Tezelfdertijd schreef Prokovjev zijn eerste sonate in eenzelfde stijl. Luisteren we met de oren van de latere sonates, dan onderscheiden we in al dat gewoel al de 'foute' nootjes die meedeinen in de klankzee. Prokovjev betreedt vervolgens een 'scythische' fase. Scythen was een geuzennaam van de Russen die eerst door buitenlanders werden beschouwd als wrede nomaden die Europa konden binnenvallen. De Russen namen deze benaming over. De weekhartige Europeanen konden wel wat redding gebruiken. Opnieuw dus de mannen van het land die de beschaving komen redden, al is het door ons van die beschaving te bevrijden.

De sforzati zijn nu een soort aanvalssignalen. Op zijn manier herhaalt de Aurora van Lenin dit signaal en worden we ook nu met het populisme weer van alle kanten, ook van binnenuit, ermee omgeven. Het signaal steekt bij Prokovjev ook later de kop op, wanneer hij zich de tekenen van de westerse beschaving allang weer heeft toegeëigend. Luister en huiver bij de voortrazende machinerie van het slotdeel van de zevende sonate, de bas. Mustonen weet die bas zelfs in het gebulder nog extra kracht te geven zodat er een contrast ontstaat met het repeteergeweer van de rechterhand.

Ook in de neoclassicistische fase heersen de sforzati. De vijfde sonate is zelfs in het Westen geschreven, in de Beierse Alpen. Ook hieraan kun je zien dat je de fases niet chronologisch moet opvatten, deze sonate dateert al uit 1923. Neoclassicisme en scythische lompheid liggen dus dicht bij elkaar. Dat bewijst het hele werk van Prokovjev, en in het bijzonder de sforzati. Je moet dan wel het lef hebben om ook in de classicistische passages die sforzati aan te brengen, en dat doet Mustonen.

Het resultaat van deze operatie is een andere kijk op het neoclassicisme. Je zou kunnen denken dat Prokovjev een beetje tot bedaren is gekomen, de lompheid afzweert en overgaat tot Latijnse polyfone helderheid. Misschien zou je dat bij Stravinsky nog wel kunnen denken. Maar ook bij hem hoor je in zijn latere werken die dwingende impuls vanuit de bassen. Bij Prokovjev komt daar nog bij dat hij sovjetburger werd en het teruggrijpen op de tekenen van de westerse beschaving om zich heen zag grijpen. De stalinistische cultuur kun je niet begrijpen wanneer je haar opvat als lompheid en afrekening met het Westen. Het is allereerst een poging die westerse beschaving te redden door haar over te nemen en van binnenuit te hervormen.

En zo zien we juist in de sovjetsamenleving classicistische bouwwerken verrijzen, als statement tegen de modernistische architectuur in het Westen. Je kunt dat postmodern noemen, maar dan zonder de Amerikaanse speelsheid en Franse fijnzinnigheid.

Mustonen is natuurlijk geen stalinist. Maar hij is in staat te kruipen in de huid van Prokovjev, die zelf weer kroop in de huid van het stalinisme, zoals ook het stalinisme op een bepaalde manier een kruipen in de huid van het Westen was. De polyfonie, het romantische expressionisme, de klassieke sonatevorm, ze worden van binnenuit opgeblazen. Zelfs het middendeel van de achtste sonate is nauwelijks meer dan een gigantische climactische krisis, omlijst door een weemoedig zachtaardig melodietje. En dat opblazen is op zijn beurt ook maar weer een gebaar, dat wordt gecontroleerd door stilering en markering van overgangen.

Met Mustonen in Arnhem is in zekere zin de Scythische cirkel rond. Hij timmert zijn sforzati om ons te laten horen dat melodie en kleur hem niet interesseren. Maar rondom die sforzati horen we de zachte klankvelden zweven, vermengd met de ruis van de afwatering vanwege de verbouwing. De sforzati reageren op die zachte, zwevende velden, en op hun beurt maken ze die velden hoorbaar als een achtergrond die voorgrond wordt. We gaan langzaam begrijpen dat we gediend zijn met een bepaald soort lompheid, de onvermijdelijke lompheid. Zetten we onszelf neer als de beschavers, dan vervallen we zelf ipso facto tot lompheid die erger is dan lompheid omdat ze hypocriet is.

We zullen de lompheid dus moeten stileren. Boetseren, etsen. Geen kleuren zonder zwartwit, het zwartwit van Mustonen.

Afbeeldingsresultaat voor mustonen